Drie leeftijdsgroepen

Leren en ontwikkelen

Kinderen ontwikkelen zich op alle terreinen tegelijk. En dat doen ze grotendeels zelf. Een rode draad in het leren is dat de meeste kinderen nieuwsgierig zijn, graag willen leren, weten en kunnen. De meeste kinderen hebben een intrinsieke motivatie om iets nieuws onder de knie te krijgen.
Intrinsiek betekent dat ze vanuit zichzelf daarvoor gemotiveerd zijn en niet vanwege een aansporing of beloning van de omgeving. Ze voelen zich trots als ze iets nieuws beheersen. De rol van de pedagogsich medewerker is om die drang om de wereld te ontdekken goed te begeleiden.
Dat betekent: de juiste omgeving scheppen, interessante informatie aanreiken, vragen stellen die aanzetten tot nadenken, voorbeelden geven, enzovoorts. Een aanbod wat past bij wat het kind aankan en interessant vindt.

Onze pedagogisch medewerkers kennen de verschillen in de ontwikkelingsfases.  Elke zaal is afgestemd op de specifieke leeftijdsgroep die daar thuis hoort. Zo zit ieder kind op zijn of haar plek met de juiste tools om zich spelenderwijs te ontwikkelen.

Op Kinderopvang Plezier kennen wij drie leeftijdsgroepen namelijk:

4 t/m 6 jarigen;
7 t/m 9 jarigen;
10 t/m 12 jarigen.

Deze leeftijdsgrenzen zijn niet willekeurig gekozen. Kinderen van 4 tot en met 6 jaar leren vooral spelend en uitproberend. Met 6 jaar is er vaak een omslag te zien. Kinderen gaan meer logisch en rationeel denken, begrijpen veel meer, onthouden meer en kunnen beter het perspectief van anderen zien.
Met 10 jaar zet vaak de lichamelijke puberteit al in (bij meisjes eerder dan bij jongens) en zie je opnieuw sterke veranderingen in denk- en inlevingsvermogen. Kinderen van deze leeftijd begrijpen dat er twee kanten aan een verhaal kunnen zitten en kunnen over de toekomst nadenken. Tegelijkertijd worden zij ook weer impulsiever. Deze ontwikkelingen zijn het gevolg van veranderingen in de hersenen.

Ontwikkelingsschema 4 t/m 6 jarigen

Lichamelijk Cognitief Sociaal-emotioneel
Meer spierkracht, betere balans en coördinatie, ook van de fijnere bewegingen zoals bij tekenen. Flinke groei van de woordenschat en zinsopbouw. Meer contact met anderen: sluit vriendschappen, en is steeds beter in staat zich te verplaatsen in de ander.
Kind wordt slanker, links- of rechtshandigheid wordt duidelijk. Leert sorteren en ordenen, en wordt steeds beter in het herkennen van vormen, kleuren, geluiden (rijm). Later ook: symbolen zoals letters en cijfers. Kan eigen emoties (blij, boos, verdrietig) herkennen en (enigszins) beheersen en zich aanpassen aan de situatie als dat nodig is.
Nieuwsgierig naar het eigen lijf en dat van anderen. Kan eenvoudige liedjes en opdrachten begrijpen en onthouden. Begrijpt nog niet alles van de wereld om hem heen, en gebruikt fantasie om de ontbrekende kennis aan te vullen tot een ‘logisch’ geheel: fantasie en werkelijkheid lopen door elkaar.
Jongens en meisjes gaan gescheiden spelen. Kan zich lang en goed concentreren op iets wat hem interesseert. Besef van een eigen ik. De wens om dingen zelf te doen en zelf te ontdekken.
Wil ook zelf graag alles weten, leren en kunnen.

Ontwikkelingsschema 7 t/m 9 jarigen

Lichamelijk Cognitief Sociaal-emotioneel
Groei van spierkracht, coördinatie en balans zet zich voort. Kan bewust bewegingen oefenen. Belangstelling voor sporten. Aanleren en uitbouwen van schoolse vaardigheden: lezen, schrijven, rekenen en later ook wereldoriëntatie. Sterk gericht op omgang met leeftijdsgenoten: vriendschappen zijn enorm belangrijk, ook voor het gedrag.
Kind wil zijn vaardigheden vergelijken met die van anderen: wedstrijdjes. Begin van logisch denken en verbanden leggen. Identiteitsontwikkeling. Het kind wil ‘erbij horen’, en zich geaccepteerd weten, maar is ook bezig met zichzelf te leren kennen (in vergelijking met anderen).
Jongens en meisjes spelen vaak strikt gescheiden. Verschillen in leerstijlen worden zichtbaar: de doeners, de denkers, de dromers, de uitvinders en de regelaars. Interesse in ‘regelspel’.  vindt het belangrijk te weten ‘hoe het hoort’ (en probeert dat ook uit).

Ontwikkelingsschema 10 t/m 12 jarigen

Lichamelijk Cognitief Sociaal-emotioneel
Veel kracht en goed uithoudingsvermogen. Kan complexere structuren en relaties begrijpen (in taal, en in de werkelijkheid), en leert strategieën toe te passen waarmee het meer en beter kan onthouden. Omgang met leeftijdgenoten is van groot belang. Het kind staat ook open voor het leren omgaan met anderen in groepsverband.
Verschillen tussen motorisch sterkere en zwakkere kinderen worden steeds duidelijker. De wereld wordt groter. Het kind doet veel nieuwe kennis op. Dat gebeurt via school, maar ook doordat het kind zelf belangstelling heeft voor de wereld om hem heen en zijn eigen plaats daarin. Kinderen denken na over wat het betekent een ‘goed mens’ te zijn. Aandacht voor waarden en normen. Maatschappelijke belangstelling, waarbij zij vaak een standpunt kiezen waarvan zij weten dat zij enorm gewaardeerd zullen worden (door volwassenen en degenen die zij autoriteit toekennen of belangrijk vinden).
In de prepuberteit (bij de één veel vroeger dan bij de ander): sterke groei, die de coördinatie kan ontregelen, en belangstelling voor seksualiteit.
Veel behoefte aan beweging om het eigen lichaam te leren kennen in de nieuwe verhoudingen na de groeispurt. Sporten in teamverband past goed bij de sociale belangstelling.